Emmie's handleiding voor rauw voeren


Deze basisadviezen heb ik gevonden op de site Voer natuurlijk. Ik heb het verhaal nog wat ingekort en hier en daar iets toegevoegd in de hoop dat dit voor jullie een nuttige handleiding is geworden.

  1. Het is heel belangrijk dat alle voedingsmiddelen rauw verstrekt worden en in zijn meest natuurlijke vorm. Zo gaat de voorkeur uit naar verse vis boven visoliecapsules en geeft men de voeding in zo groot mogelijke stukken.
  2. De meest natuurgetrouwe percentages zijn: 60-70% spiervlees, 10-15% orgaanvlees (waarvan maximaal de helft lever) en 15-20% bot. Deze percentages komen het sterkst overeen met de prooidieren die door hondachtigen in de natuur ook gegeten worden.
  3. Geef minimaal vier verschillende diersoorten, vis hier niet bij meegerekend. De reden dat het belangrijk is om voldoende te variëren met verschillende soorten vlees is omdat elk soort vlees zijn eigen specifieke samenstelling heeft en het variëren ervoor zorgt dat een hond niet gauw iets tekort zal komen. De reden dat vis niet meegerekend wordt is omdat vis door wilde hondachtigen zelden gegeten wordt en hoewel het een zeer goede aanvulling is in een hondenmenu niet de juiste specifieke eigenschappen heeft die vlees wel kan bieden aan een carnivoor.
  4. Minimaal 80% van de voeding dient te bestaan uit orgaanvlees, spiervlees en bot in de gegeven verhoudingen. De overige 20% mag vrij ingevuld worden. Denk hierbij aan eieren, yoghurt en kefir en dergelijke. Overigens mogen die 20% ook verder worden opgevuld met orgaanvlees, spiervlees en bot.
  5. Volwassen gemiddeld actieve honden eten gemiddeld 2,5% van hun gezonde lichaamsgewicht per dag. Honden die erg actief zijn zitten eerder rond de 3%. Op het oog voeren is het belangrijkste. Onze honden eten gemiddeld een pond per dag en we laten ze een dag in de week vasten. Wordt de hond te dik dan voer je wat minder, valt hij teveel af dan voer je meer. Je moet de ribben kunnen voelen zonder dat daar een speklaagje op zit.

Aanvullingen op het menu
Het menu van de hond mag voor de eventuele overige 20% met andere gezonde dingen worden aangevuld. Denk hierbij aan eieren, yoghurt en kefir. Geef eieren wel in zijn geheel: eiwit bevat een stof die biotine (een B-vitamine) afbreekt. Bij een heel ei is dit geen probleem, omdat het biotinegehalte in het eigeel voor compensatie zorgt maar indien je het los van elkaar geeft kan dit voor tekorten zorgen. Je kunt 1 ei per 5 kilo hond per week voeren. Een hond die 20 kilo weegt mag er dus vier per week. Een hond die goed gevarieerd eet, hoeft verder geen aanvullingen, het geven van aanvullingen is dus absoluut geen must.

Bevroren
Veel honden die bepaalde dingen niet eten, eten ze wel bevroren. Wij geven bijvoorbeeld long bevroren en dan gaat het er wel in; ontdooid niet.

Bot
Het geven van grote, vlezige stukken bot voorkomt tand en tandvleesproblemen. Indien een hond grote stukken bot krijgt wordt het gehele gebit onderhouden en het tandvlees gemasseerd.

Groenten, fruit en granen
In tegenstelling tot wat vaak beweerd wordt eten wolven geen maaginhoud van een prooidier, hooguit indien ze een klein prooidier zoals een konijn verschalken of als er hongernood dreigt: honger maakt immers rauwe bonen zoet. David Mech, een wolfdeskundige, heeft dit ook bevestigd (zie ook het boek van David Mech: The wolf, Ecology and Behavior of an endangered species). Er zijn mensen die beweren dat groenten en fruit een rol spelen als antioxidant, als ruwe vezel en dat deze de voeding van de hond zal aanvullen met vitamines en mineralen. Men kijkt echt teveel naar ons eigen voedselpatroon waar groenten en fruit wel een belangrijke rol spelen. Honden zijn in tegenstelling tot mensen zelf in staat om vitamine C aan te maken. Dat wolven soms de dunne darminhoud opeten is een ander verhaal. Darminhoud van grazers bevat namelijk wat vetzuren die in de natuur nauwelijks te vinden zijn. Verder hebben wolven geen enkel kenmerk meegekregen dat erop wijst dat ze plantaardig materiaal nodig zouden hebben. Een beer bijvoorbeeld heeft in de evolutie, door de jaren heen, speciale kiezen ontwikkeld zodat hij is staat is om plantaardig materiaal te verwerken. Hij verbrijzelt plantaardig materiaal waardoor de celwand kapot gaat zodat hij het kan verteren. Voor honden moet je planten, groenten en fruit voorbewerken willen ze ze daadwerkelijk kunnen benutten en dat bewijst al voldoende dat ze deze niet nodig hebben. Onbewerkt dienen deze voedingsmiddelen dus alleen als ‘snoep’.

Orgaanvlees
Voer zoveel mogelijk verschillende organen. Wij combineren orgaanvlees altijd met bot omdat orgaanvlees laxeert. Voorbeelden zijn: hart, lever, nieren, milt, longen en hersenen. Long is geen must omdat het weinig voedingswaarde bevat en veel honden eten het dan ook niet graag wat hoogstwaarschijnlijk ligt aan de structuur van het orgaan. Doch kan dit geen kwaad om te voeren en indien je een heel prooidier wilt simuleren mag het eigenlijk niet ontbreken. Indien een hond rauwe lever of ander orgaanvlees blijft weigeren kun je het ook even dicht schroeien in een koekenpan. Verhit uiteraard nooit delen met bot erin. (Vuile) pens wordt officieel tot orgaanvlees gerekend, maar bestaat uit glad spierweefsel en mag daarom met gemak drie maal per week gevoerd worden. Vuile pens bevat een uitstekende calcium-/fosforverhouding en ruwe vezel en is een uitstekende tandenborstel indien het gegeven wordt in mooie grote lappen. Blanke pens heeft voor een hond geen enkele waarde. Dit bevat nog nauwelijks voedingswaarde en is bovendien vaak gebleekt.

Spiervlees
Spiervlees is het vlees dat de botten bij elkaar houdt. Alles wat geen orgaanvlees is, valt onder spiervlees. Voorbeelden zijn runderlappen, lamssnippers en kipfilet. Ook het vlees wat om botten zit valt onder spiervlees, denk hierbij aan lamsnekken en vleugels. In een menu wordt het aandeel spiervlees aan een bot ook bij het totale percentage spiervlees gerekend.

Verkrijgbaarheid
De beste plek om vlees en botten te halen is bij Islamitische slagers en slachthuizen, zelfslachtende slagers en tegenwoordig zijn er ook internetwinkels die producten thuis bezorgen. Op de markt kun je vaak terecht bij de poelier en voor vis(afval) kun je terecht bij de visboer op de markt. In supermarkten zijn vaak goedkope diepvrieskippen en kuikens te koop. Indien je hele prooidieren wilt voeren kun je het beste contact opnemen met reptielenwinkels en houders. Ook op internet op diverse fora zijn er hele lijsten met adressen door heel Nederland, België en Duitsland te vinden.

Vis
Hoewel vis geen verplicht onderdeel is van een hondenmenu heeft vis wel heel veel goede eigenschappen. Vis is een belangrijke bron van omega vetzuren. Deze omega vetzuren dragen o.a. bij aan de conditie van de huid/vacht, de smering van de gewrichten en zijn goed voor hart en bloedvaten. Je zou daarom één keer per week je hond vis kunnen geven. Goede zogenaamde 'vette' vissoorten voor je hond zijn: sardientjes, zalm, tonijn, wijting en makreel. Ook voor vis geldt dat je deze wel rauw moet geven: het verhitten van de vis zorgt voor broze en splinterbare graatjes. Bovendien worden belangrijke enzymen en vitamines kapot gemaakt.

Ten slotte
De hoeveelheid spiervlees uit deze richtlijn vinden wij aan de hoge kant. Tom Lonsdale heeft het in zijn boek over 80% ‘raw meaty bones’. Hij bedoelt botten waar nog behoorlijk wat vlees aan zit, maar toch lijkt me het percentage bot dan hoger. Bovenstaande is dus ook alleen een richtlijn ten behoeve van beginnende rauwvoerders. Maak het jezelf niet te lastig. Als je hond (vaak) dunne ontlasting heeft, krijgt hij te weinig bot; als de ontlasting daarentegen (vaak) keihard is dan krijgt hij te veel bot. Nou, simpeler kan het niet zou je zeggen.

Met dank aan Ester Overman, die toestemming gaf om haar tekst te gebruiken.